Stilhalla

Status: Active
Race: Human
Class: rogue
Events: Dark Union 2

Toen de avond weer viel, voelde Stilhalla zich meer op haar gemak in dit onbekende landschap. De duisternis tussen de bomen was aangenaam, en de gevallen bladeren dempten haar voetstappen. Het voelde goed om weer op pad te zijn, eenzaam, alsof ze maar de helft van haar zintuigen over had, maar toch ook goed. Ze had te lang stilgezeten bij dat graf. Door de maanden van rouw en meditatie realiseerde ze zich dat dit de wil van Mortias was. Ze moest alleen verder, een nieuw pad. En wie kon haar beter leiden op het pad dat Mortias voor haar had gekozen dan Silas?

Even bleef haar hart stilstaan toen ze tussen de bomen door zijn onmiskenbare silhouet ontwaarde. Zijn edele gezicht met die sik en die scherpe ogen, contrasterend met zijn simpele, wollen kleding. Dit was de eerste stap, en ze moest even naar adem happen voordat ze hem komen nemen, want vanaf hier was er geen weg meer terug. Zodra ze uit de schaduwen stapte, zag hij haar en wenkte.

“Stil, wat goed om jou hier te zien.”

Sacha draaide zich om en begroette Stilhalla met een warme omhelzing. “Wat kom jij hier doen? Niet dat ik niet blij ben om je te zien.” Sacha was altijd meer een zus geweest dan een vriendin.

Stilhalla glimlachte ongemakkelijk naar Silas. “Ik was op zoek naar jou.”

Meteen kon ze zich nuttig maken. Ze trokken met een groep anderen het woud in, op zoek naar iemand, en Stilhalla kon spoorzoeken. De nacht vorderde en Silas stelde haar voor aan anderen, een priester genaamd Kirkin, een oude dwerg die Krebas heette, en aan Clarissa, die altijd planten en paddestoelen verzamelde om thee en drank van te maken.

De bovenwereld was vreemd en waren dreigingen van allerlei kanten. Silas had een visie, een plan om tussen die dreigingen door te navigeren, en krachten te bevrijden, dingen te veroveren. Hij gaf niet vaak orders, hij vroeg liever om aandacht, of om een gunst. Later die nacht nam hij Stilhalla apart en vroeg haar: “Weet je zeker dat je mij wilt volgen? Weet je wat dat inhoudt?”

“Ik heb er lang genoeg over nagedacht,” antwoordde ze. “Mijn leven behoort jou toe. Zonder jou was ik net zo dood geweest als mijn broer. Sinds ik hem kwijtraakte, ben ik ook mijn richting kwijt, maar jij kunt me weer een doel geven.”

Silas sloeg een arm om haar heen. “Stil, als je mij op die manier wilt volgen, moet je sterven. Dan vraag ik Mortias om jouw ziel aan mij te binden in plaats van je mee te nemen naar de dodenwereld. Heb je nagedacht over hoe je wilt sterven?”

Ze sloeg haar ogen neer. “Misschien wel teveel, de laatste maanden.”

“Heb je iets wat je dierbaar is, iets waar ik je ziel in op kan slaan?” Hij stak zijn hand naar haar uit, palm open. Een verzoek. Ze zou nu nog kunnen wegrennen. Maar ze had de keuze al gemaakt. Ze tastte om haar hals naar het amuletje dat ze al zo lang droeg dat ze het bijna niet meer voelde. Herinneringen aan het gezicht van haar broer kwamen aan de oppervlakte terwijl ze het amulet afdeed. Met vochtige ogen legde ze het in de open hand van Silas.

Silas keek om en wenkte Sacha naderbij. “Heb jij nog genoeg kracht om te genezen? Blijf er even bij. Dit is anders dan de vorige keren.”

Sacha kwam achter hem staan. Haar juwelen glinsterden in het maanlicht, ze straalde hun adellijke afkomst uit. Maar van dichterbij was te zien dat de zomen van haar statige jurk besmeurd waren met modder en bloed. Het pad van Silas ging over lijken, en soms ging Sacha hem voor.

Silas rechtte zijn schouders. “Hoe wil je sterven, Stil?”

Ze sloeg haar ogen neer terwijl ze uit de schede op haar rug een kort, simpel zwaard tevoorschijn trok. Om het gevest heen geknoopt zat een kleurige hoofdband. Ze reikte Silas het zwaard aan. “Met het zwaard dat ook mijn broer heeft gedood.”

Een moment van twijfel speelde in Silas’ ogen, een zwakte die Stil niet had verwacht. “Wil je dat ik het doe? Of wil je zelf…” Zijn stem stierf weg.

Stil glimlachte wrang. “Als ik het zelf kon, stond ik hier niet, Silas.”

Hij nam het zwaard van haar aan en ze knielde voor hem, haar handen gevouwen voor zich, haar ogen gericht op de grond. Silas begon langzaam om haar heen te lopen, biddend tot Mortias, maar de woorden ontgingen haar. Het was alsof de grond zich onder haar opende, en onderaan de trap daar beneden stond haar broer. Hij keek haar aan, zijn handen op zijn rug. De afstand tussen hen voelde ver en koud, en hij wenkte haar niet.

De voetstappen van Silas stopten schuin achter haar. Stil hield haar adem in. Misschien moest ze haar armen laten hangen, zodat het zwaard daar niet in zou blijven steken. Kende Silas die techniek wel hoe je iemand in de rug moest steken? Een hand greep haar schouder en het zwaard sneed haar keel door.

De wereld kantelde terwijl Silas haar vasthield, haar bloed was warm in de koude nacht. Sterven in zijn armen voelde intiem, alsof ze zich eindelijk kon ontspannen. Onderaan de trap schudde haar broer zijn hoofd. Hij draaide zich om en liep weg, de duisternis in. De wegen van de tweeling waren voorgoed gescheiden.

De stem van Silas kon ze nu duidelijk horen. Hij vroeg Mortias om haar ziel aan hem te schenken, afwachtend. Mortias kon weigeren. Wie was Silas eigenlijk om dit te vragen van een god? Deze vraag bleef hangen in de stilte, zelfs het geluid van Stilhalla’s bloed was weggestorven.

“Hoe graag wil je haar hebben?” Sacha’s vraag klonk als een berisping. “Voor mij heb je gesmeekt.”

Silas bewoog. Het was alsof Stil veilig in zijn handpalm lag, wat er zich daar op de grond voor hem bevond was alleen maar dood vlees en bloed. “Mortias, ik smeek u…” Een woordenstroom die ze nooit had verwacht te horen uit Silas’ mond. Het klonk bevreemdend en tegelijkertijd emotioneel. Dit was inderdaad anders dan alle vorige keren dat Silas een ziel aan zich had gebonden; hij was bang dat het niet zou lukken. Dat Mortias Stilhalla’s ziel zou meenemen naar het dodenrijk, waar haar broer ook was.

Sacha knielde in de bloedplas, en het bloed begon te bewegen. Het richtte zich op en vloeide weg van Sacha, terug de open wond in. Haar ogen gloeiden rood op in de duisternis en haar handen gebaarden duidelijk waar het bloed heen moest: terug naar Stilhalla.

De armen van Silas leken te beven, maar zijn stem was helder. “Kom terug. Niet naar de dodenwereld, niet naar het Limbus. Je bent van mij nu en ik beveel je terug te komen!”

Met een schok kwam Stil overeind. IJskoude lucht gierde in haar keel, maar ze had verbazend weinig pijn. Ze draaide zich om en greep Silas’ hand. “Sorry.” Hij keek haar niet begrijpend aan. Ze sloeg haar ogen weer neer. Ze kon niet goed uitleggen wat ze nu allemaal voelde, en waar ze zich voor wilde verontschuldigen.

Sacha legde haar hand op Stilhalla’s schouder. “Welkom bij de familie.”